De  Kunstschilder

Jaap Schreurs

 

 

Menu
Home
De HOOGTEPUNTEN
De CATALOGUS
Geschreven over het werk
Geschreven over de persoon
Nieuws
Links
Tentoonstellingen overzicht
Contact met ons
 
 
1993 - DE EEUWIGE VRAGEN VAN JAAP SCHREURS

 DE EEUWIGE VRAGEN VAN JAAP SCHREURS

 

door drs.  K. Laansma

 

‘Verworpenen der aarde’ is een zinsnede die uit de mode is geraakt.  Niet alleen in letterlijke zin.  Kunst die op dit moment het goed doet, thematiseert zelden de ‘zielige’ kant van de samenleving.  Zeker niet in de figuratieve kunst.

 

Het werk van de schilder Jaap Schreurs vormt daarop een schrille uitzondering.  De thema's van zijn figuratieve werk zijn soms zo loodzwaar dat ze voor menig kunstminnaar een steen des aanstoots zijn.  Mag dat wel, zo duimendik erbovenop?  Jaap Schreurs schilderde figuratief wat zijn tijdgenoten hooguit in abstracte vorm durfden aan te duiden: beklemming, wanhoop, onbegrip, domheid, noodlot en tragedie, verteld door zijn kwetsbare menselijke gestalten.  Schreurs' figuurtjes zijn de kneuzen van onze wereld, die altijd in de hoek zitten waar de klappen vallen.  Misvormde voeten, pijnlijk verstrengeld in een rondslingerend stuk prikkeldraad, roepen beelden op van de zwartste delen van de Europese geschiedenis.

 

Schreurs vertelt ons in zijn schilderijen ook geschiedenisverhalen.  In zijn werk laat hij vaak meerdere generaties tegelijk getuigen van hun desolate bestaan, waarin zelfs de intiemste gezinsrelaties geen veilige toevlucht bieden. Het lijkt wel alsof ellende een autonoom beginsel is dat steeds opnieuw dezelfden treft, generatie na generatie.  Zoals alcoholisme en incest in sommige families onontkoombare erfelijke ziekten lijken te zijn.  De lichamen zijn uitgemergeld of uitgezakt. Uit hun ogen spreekt angst, dofheid, moedeloosheid, wantrouwen.  Zij zijn de pechvogels van de wereld wier leven zich moeizaam voortsleept van geboorte tot dood.  Die zelfs de woorden niet vinden om hun 'waarom' te formuleren en stom voortgaan in de tredmolen van onopgeloste raadsels waar zij hun voeten kunnen bezeren aan resten prikkeldraad ...

 

Schreurs geeft deze taallozen niet de woorden, maar wel de beelden om hun 'waarom' te formuleren.  Met hun grote ogen kijken ze de beschouwen vragend aan: Waarom?  Ze vragen naar de reden van hun ongeluk.  Of meer nog naar de zin in het bestaan van mensen met weinig geluk in hun leven.  Of zelfs naar rechtvaardigheid, medemenselijkheid, begrip, uitzicht.

 

Schreurs' gebruik van humor versterkt soms de beklemming.  Soms ook geeft het enige opluchting in de loodzware atmosfeer van zijn werk, dat toch al gekenmerkt wordt door een terughoudend en donker aangezet kleurgebruik, bijvoorbeeld als de schilder de lichamelijke mankementen van zijn figuren overdrijft.  Hij doet dat sterk bij Het Bejaardentehuis, een groepsportret dat menig strijdbaar lid van de ANBO hem niet in dank zal a nemen.  Aandacht vraagt een van de centrale figuren, een vrouw die leunt tegen een stoel, haar hoofd schuinhoudt en de toeschouwer nieuwsgierig en schrander aankijkt, in  tegenstelling tot de doffe berusting van de andere figuren.  Zij wil wat vertellen, maar ze aarzelt nog of de luisteraar de moeite waard is.

 

    Hier zien we figuratieve kunst op zijn best: als narratieve kunst, waarbij de schilder optreedt als verhalenverteller.

 

    Sterk narratief van karakter is 'Wanhopige vrouwen'.  De voorstelling leidt acuut tot de wildste speculaties bij de beschouwer. Gaat het hier om abortus? Om een zedenschandaal? Het kindje wordt niet echt liefdevol vastgehouden. De rode accenten geven de voorstelling iets onheilspellends. De handen van de vrouwen lijken op die van de heks Eucalypta die onrust zaait in menige kinderkoortsdroom. Toch zijn ze wanhopig, deze vrouwen - kunnen ze niet anders?

 

Maar de wanhopige vrouwen zijn niet alleen.  De toeschouwers op de achtergrond van het drama spelen een duistere rol.  Met hun opbellende ogen volgen zij de klauwende handen van de vrouwen nauwlettend.  Hoe wanhopig deze vrouwen ook zijn, welke wanhoopsdaad ze ook juist hebben uitgevoerd of op het punt staan uit te voeren: er zijn getuigen.  Ze ontkomen niet aan hun daden.  Deze toekijkende figuren versterken het narratieve element in dit werk: hun aanwezigheid verwijst naar andere tijdsmomenten in de gebeurtenissen rond de wanhopige vrouwen en het kind.

 

Zoals schilders uit vroeger eeuwen maakt Schreurs gebruik van bekende gebarentaal.  De 'Opgebruikte vrouw' geeft met haar opgeheven arm aan: Basta!  Het is genoeg zo!  Haar buik en borsten hebben genoeg te verduren gehad. Het is alsof ze zeggen wil met haar bittere mond: Ga maar ergens anders.  Ze kijkt de beschouwen niet direct aan, maar ontwijkt zijn blik.

 

    Kon Jaap Schreurs alleen maar zwartgallig schilderen?
Dat is zeker niet het geval.  Sommige Schilderijen zijn buitengewoon sereen, zoals 'De vrouw met rode kan' en 'De gouden vogel'. De vrouw met rode kan lijkt zelf wel een kruik, zoals ze kaarsrecht aan de tafel zit.  Haar handen rusten op het blad, de kan roert ze niet aan.  Ze richt haar blik rustig in het verschiet, rakelings langs de toeschouwer, en lijkt in tegenstelling tot de meeste van Schreur's figuren nauwelijks geplaagd door prangende vragen, behoeften of kwellingen van het bestaan. Ze is er gewoon.  Toch is het geen portret.  De

vrouw is eerder archetypisch, een onaardse, seksloze maar niet steriele figuur die niets anders uitdrukt dan een weldadige rust.

 

De 'Gouden vogel' doet denken aan het heidense vruchtbaarheidsritueel in het voorjaar dat nu nog voortleeft in Palmpasen.  Het is een schilderij met stilte van een icoon en een van de weinige werken van Schreurs waar de hoop domineert, uitgebeeld in de bijna abstracte tweedimensionale den Stille . verwondering kenmerkt dan ook de blikken van de drie sombere patriarchale figuren.  De nietige kinderlijke figuren die de vogel tonen, houden zich bescheiden op de achtergrond (wat de voorgrond is!) en zijn kennelijk al bekend met de gouden vogel.  Dynamiek kenmerkt hun optreden: de een houdt de vogel voor aan de in het zwart geklede 'oudsten' terwijl de linker figuur alweer op weg lijkt naar het volgende doel waar de vogel moet worden getoond - daarmee de stralende gouden vogel naar de beschouwen toe leidend.

 

Voordracht bij de opening overzichtstentoonstelling Stadsmuseum Woerden.

 

8 Augustus 1993